CONTACTNLEN

Publicaties

Publicaties

U heeft gezocht op:
voorwetenschap

Aspecten van sanctierecht bij intern onderzoek naar onregelmatigheden

Mr. Drs. J.T.C. Leliveld

Al decennia lang is in ondernemersland sprake van een gestage groei van onderzoekers en onderzochten. In Nederland hebben openbaar ministerie, belastingdienst en allerlei soms nieuwe toezichthoudende autoriteiten als DNB, AFM, NMa of VWA (Voedsel en Waren Autoriteit) steeds meer bevoegdheden om onderzoek te verrichten naar mogelijke onregelmatigheden.… 

Bevoegdheden tot het vorderen van gegevens in het kader van strafrechtelijk onderzoek

Mr. Drs. J.T.C. Leliveld

Financiële instellingen kunnen beschikken over in het kader van strafrechtelijk onderzoek interessante gegevens… 

Aandeelhoudersactivisme en marktmisbruik

Mr. Drs. J.T.C. Leliveld

Aandeelhoudersactivisme kenmerkt zich door de invloed die (groot)aandeelhouders op de strategie van een onderneming willen uitoefenen.… 

Aandeelhoudersaanbevelingen marktmisbruik en compliance

Mr. Drs. J.T.C. Leliveld

‘Steeds vaker worden Nederlandse ondernemingen geconfronteerd met hedge funds, private equity-fondsen en andere (groot)aandeelhouders die al dan niet met open brie ven eisen stellen aan het bestuur van deze ondernemingen… 

Kiezen voor een sanctiestelsel bij overtreding van de Wft

Mr. Drs. J.T.C. Leliveld

Vijf jaar geleden verscheen in het Nederlands Juristenblad een artikel van Hartmann’ met de uitdagende titel ‘Strafrechtelijke handhaving van de financiele wetgeving: houden of weggeven~’ Met een dergelijke titel wekt zijn antwoord ‘weggeven’ geen verbazing. Het strafrechtelijke handhavingarsenaal bij overtreding van financiele wetgeving is echter ‘gehouden’. Sinds 2004 is er veel gewijzigd. De Wet op het financieel toezicht (Wft) is ingevoerd.2 De Wet wijziging boetestelsel financiele wetgeving (Boetewet)3 is vrijwel gereed en per 1 januari 2009 is een nieuw Convenant ter voorkoming van ongeoorloofde samenloop van bestuurlijke en strafrechtelijke sancties van kracht (het Convenant).4 In deze bijdrage worden de ontwikkelingen bezien. Eerst komen daarbij de in de Wft en Boetewet gemaakte keuzes ten aanzien van bestuursrechtelijke of strafrechtelijke handhaving aan de orde. Blijken zal, dat de in de parlementaire geschiedenis gemaakte keuzes slechts beperkt zijn onderbouwd. Daarnaast wordt duidelijk dat een gedeelte van de motivering zich moeilijk laat verenigen met de uit de wetgeving zelf bljkende uitkomst. Vervolgens worden de gemaate keuzes nader beschouwd in het licht van twee nota’s5 die de vraag bestuursrechtelijk of strafrechtelijk handhaven in een breder kader behandelen. De conclusie daarvan is, dat indien de nota’s worden gevolgd andere uitkomsten ten aanzien van handhaving van de Wft in de rede zouden liggen. Ter controle van deze conclusie wordt nagaan of het Convenant en de praktijk aansluit bij de nota’s. Tenslotte zal blijken dat beantwoording van de vraag van Hartmann nog steeds actueel is. Het antwoord zou echter wel eens verrassend kunnen zijn.… 

Eerder verschenen