CONTACTNLEN

De aanwijzing OM-strafbeschikking is herzien. Goede voornemens?

Karin de Lange

De OM-strafbeschikking staat de laatste tijd volop in de aandacht. Begin december van het vorige jaar werd al bericht dat in 15% van de onderzochte zaken de schuld van verdachten niet adequaat werd vastgesteld en werd (nog maar eens) aangetoond dat verzet tegen een strafbeschikking in veel gevallen loont.1 Daar komt bij dat op 1 januari 2019 een nieuwe Aanwijzing OM-strafbeschikking2 in werking is getreden.

Sinds 2008 kan een officier van justitie een zogenoemde OM-strafbeschikking opleggen voor overtredingen en misdrijven waarop niet meer dan zes jaar gevangenisstraf staat. Hiermee heeft de officier van justitie de mogelijkheid om zonder tussenkomst van een strafrechter een strafbaar feit te bestraffen. De officier van justitie kan hierbij geen gevangenisstraf opleggen, maar heeft wel een scala aan andere mogelijkheden. Zo kunnen een geldboete, taakstraf, ontnemingsmaatregel en schadevergoedingsmaatregel (al dan niet in combinatie) worden opgelegd.

Degene jegens wie een strafbeschikking wordt uitgevaardigd, kan binnen veertien dagen tegen deze strafbeschikking verzet instellen. Tenzij de officier van justitie de strafbeschikking in dat geval alsnog intrekt of wijzigt, wordt de strafzaak zaak na verzet in volle omvang voorgelegd aan een strafrechter.

Om meerdere redenen 'loont' het om verzet in te stellen tegen een strafbeschikking. Zo wordt met het instellen van verzet inzage verkregen in het strafdossier. Op deze manier kan worden bekeken of er voldoende bewijs is en dit bewijs wel rechtmatig is verkregen. Daarnaast bevestigt eerdergenoemd onderzoek de ervaring dat een officier van justitie na een ingesteld verzet in een groot aantal gevallen de zaak laat vallen. Voor zover de zaak uiteindelijk wel aan een strafrechter wordt voorgelegd, valt de straf - voor zover die al wordt opgelegd - vaak veel lager uit. Dit heeft uiteraard te maken met het maatwerk dat een strafrechter kan leveren. De strafrechter houdt bij de straf immers rekening met de omstandigheden waaronder een feit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van een verdachte.

Het is goed om hierbij in het achterhoofd te houden dat een eenmaal ingesteld verzet tot het moment van een zitting bij de strafrechter ook nog kan worden ingetrokken.

De Aanwijzing OM-strafbeschikking geeft regels voor het uitvaardigen van een OM-strafbeschikking. De aanwijzing bevat onder meer regels over het horen van een verdachte en hoe te handelen bij verzet. Daarnaast is in de aanwijzing een aantal aanvullende regels opgenomen over de gevallen waarin een strafbeschikking kan worden uitgevaardigd.

Met ingang van 1 januari 2019 is de Aanwijzing OM-strafbeschikking herzien. Aanleiding voor de herziening waren twee in 2017 gepubliceerde rapporten van de Hoge Raad en een intern verbeterprogramma van het Openbaar Ministerie (OM). Een belangrijke wijziging in de aanwijzing is dat daarin nu is vastgelegd dat de officier van justitie bij de strafmaat rekening dient te houden met de straffen die doorgaans door strafrechters worden opgelegd. Uit eerdergenoemd onderzoek blijkt dat bij verzet tegen een strafbeschikking de straf die de strafrechter uiteindelijk oplegt - voor zover dat al gebeurt - vaak veel lager uitvalt. Deze wijziging van de aanwijzing moet dan ook op zijn minst als een goed voornemen worden aangemerkt. Nu nog maar hopen dat dit voornemen, in tegenstelling tot de meeste goede voornemens die op 1 januari ingaan, ook daadwerkelijk in de praktijk wordt gebracht.

Is aan u een strafbeschikking uitgevaardigd en wilt u advies over het al dan niet instellen of doorzetten van reeds ingesteld verzet, schroom niet om ons advies in te winnen.

  1. D. Stokmans en M.L. Adriaanse, 'OM deelde ten onrechte straffen uit', NRC Handelsblad, 3 december 2018.
  2. Aanwijzing OM-strafbeschikking 2018A010.